De scorekaart uitgelegd

Om je score bij te houden en om te kijken hoe je speelt tegenover je handicap, beschikt elke club over scorekaarten. Als je deelneemt aan een wedstrijd, is het vereist om de scores op een scorekaart bij te houden. Het is alsof je de ‘golfboekhouding’ van de dag doet. De scorekaart vermeldt dan alle praktische info zoals jouw naam en de spelformule. De namen en handicap van jouw medespelers kan je hier ook op terugvinden. Niet iedereen slaat af van dezelfde afslagplaats. De afslagplaatsen worden duidelijk aangegeven door middel van kleuren of door middel van afstandsmarkers. Ook het juiste start uur wordt op de scorekaart vermeld. Zo weet je exact om hoe laat je aan de start wordt verwacht en ontstaat er geen misverstand.

Ook in een vrije ronde kan je kiezen om een scorekaart te gebruiken, aangezien hier belangrijke informatie op staat die je vlot doorheen de baan loodst. Zo staan bij elke hole  de afstanden vermeld van de afslagplaatsen tot de vlag met de hole, alsook de par van die hole.

Daarnaast staat bij elke hole ook de stroke index (S.I.) op de kaart. Deze geeft de moeilijkheidsgraad van de hole weer. Op een 18 holesbaan heb je een rangschikking van 1 tot 18, waarbij 1 de moeilijkste hole is en 18 de gemakkelijkste. Een stroke index van 6 betekent dat die hole de 6e moeilijkste hole van de baan is. Dit is voor de golfer hele nuttige info, want zo weet hij op welke holes hij al dan niet één of meerdere strokes (bonusslagen of extra slagen boven de par van de hole) heeft en kan hij zijn speelstrategie daarop afstemmen.

Een voorbeeld

Een speler met handicap 34 krijgt 34 strokes over de hele baan. Volgens zijn speelniveau zal hij dus op de twee gemakkelijkste holes (stroke index 17 en 18) een stroke minder slagen. M.a.w. hij zal op die twee holes de par van die hole met slechts 1 bonusslag moeten spelen. Op alle andere holes heeft hij nog altijd 2 slagen en kan hij 2 slagen boven par gaan.

Wisselen van scorekaarten

Bij het begin van een wedstrijd geef je jouw scorekaart af aan je medespeler. Hij is jouw marker en zal je score noteren. Jijzelf noteert voor hem en bent dan ook zijn marker. Dit doe je in het veld “player”. Je eigen score mag je voor alle zekerheid ook opschrijven. Dat doe je in het veld “marker”. Wanneer de ronde gedaan is, kan je de tijd nemen om alle scores te overlopen en te vergelijken. Als je alles goed gecontroleerd hebt en er staan geen fouten of verschillen op, dan teken je beide 2 scorekaarten af en kan je ze bij de wedstrijdorganisatie binnenbrengen.

Steeds vaker wordt de scorekaart digitaal ingevuld en ingediend. Zo kan je in België een extra day score (EDS) spelen via de BEgolf-app. Dit betekent dat je een vrije ronde (buiten een wedstrijd) kan laten meetellen voor je handicap, waardoor deze accurater wordt en een betere weergave vormt van je speelniveau. Interessant voor de minder grote competitiebeesten die een recreatief rondje verkiezen.

Lees meer

Fore Drills: short game

Doelgericht werken aan het spel rond de green? Met Fore Drills: short game geef je spelers praktische uitdagingen om hun precisie, afstandscontrole en clubkeuze te verbeteren. De brochure bundelt drills...

Fore Drills: Putting

Meer focus op de puttinggreen? Met Fore Drills: putting geef je spelers concrete uitdagingen om hun precisie, afstandscontrole en het lezen van de green te verbeteren. De brochure biedt trainers...

Fore Drills: Full Swing

Op zoek naar oefeningen om richting, precisie en afstandscontrole te trainen? De Fore Drills: full swing biedt trainers en spelers praktische drills om in de training te integreren....